Category Archives: Opinion

12-12: hulpactie en vredesdiplomatie?

12-12

Een Belgische 12/12 noodhulpactie voor Syrië: Proficiat. Het doel is het menselijk leed van een vreselijk uit de hand gelopen regimeverandering, te lenigen. Dit is een lovenswaardig initiatief dat alle steun verdient.

Ik veronderstel dat de meeste Syriërs de ‘vrede’ van voor en na de oorlog verkiezen boven de huidige geïnternationaliseerde burgeroorlog. In vredestijd heb ik enkele keren Damascus bezocht. Ik hoopte dat President Bush en gelijkgestemde politici ooit incognito Syrië zouden komen bezoeken. Dit zou wellicht een einde maken aan hun ‘as van het kwaad’ discours.

In oorlogstijd hebben de vluchtelingen en slachtoffers dringend behoefte aan hulp. Ze maken zich ook zorgen over morgen en hunkeren naar vreedzame oplossingen. Ze kunnen onze hulp goed gebruiken.

Humanitaire hulporganisaties, of ze het willen of niet, dragen ook hier een belangrijke verantwoordelijkheid. Daarom zou het goed zijn dat het Belgisch Consortium toelichting geeft bij de doelstelling om “de verontwaardiging over de situatie in Syrië terug leven in te blazen”. Over wat moeten we verontwaardigd zijn? Wie zijn verantwoordelijk? Welke inspanningen zijn noodzakelijk om een einde te maken aan de oorlog?

Akkoord, nietsdoen is een vorm van misdadig verzuim. Maar wat moet dan gedaan worden? In het ‘er moet iets gedaan worden’ discours over Syrië wordt gepleit voor:

  • Gewapende humanitaire interventie, zoals in Libië. Dit is een pleidooi voor de inzet van nog meer geweld om een spoedig einde te maken aan het Assad regime en de oorlog. Het is een gevaarlijke illusie. Het benoemen van Libië als een succes houdt geen rekening met de opinie van het groot aantal slachtoffers. Het is blind voor de vele negatieve neveneffecten van de zgn. ‘humanitaire interventie’. Denk aan de zwakke staat, de oorlog in Mali, Iran, en vooral het regimeveranderingsproces in Syrië. Aanvankelijk verwachtte de gewapende oppositie op korte termijn, zoals in Libië, een beslissende overwinning met gewapende internationale steun. Onderhandelen met het Assad-regime was uit den boze. Het ‘Westen’ en bevriende regeringen in de regio steunden deze zelfbegoocheling met woord en daad. De humanitaire interventie in Libië verdeelde ook de internationale gemeenschap. Tenslotte besliste het Assad-regime om alles te doen om sommige gevolgen van militaire interventies in de regio te voorkomen; namelijk de creatie van een fragiele staten en het ophangen of lynchen van regeringsleiders, zoals in Irak of Libië.
  • Het verlenen van humanitaire hulp en wachten tot het conflict rijp wordt voor onderhandelingen. Deze aanpak impliceert een stilzwijgende goedkeuring van de bewapening van de strijdende partijen. Het perspectief is wellicht een langdurige, destabiliserende en grensoverschrijdende oorlog.
  • Het pleiten voor en steunen van ernstige onderhandelingen. Waarom geen daadwerkelijke steun verlenen aan de bemiddeling van Lakhdar Brahimi. De huidige dwangdiplomatie in de regio dient plaats te maken voor een effectieve vredesdiplomatie gekenmerkt door (a) het zo spoedig mogelijk afdwingen van een staakt-het-vuren, plus effectief verificatiesysteem, en (b) het praten met alle betrokken partijen op nationaal en internationaal niveau. Vredesonderhandelingen waar belangrijke aandeelhouders worden uitgesloten, zijn gedoemd te falen. Vrede wordt gesloten met vijanden en niet met vrienden of gelijkgestemden. In Zuid Afrika en Myanmar werd vrede gesmeed tussen aartsvijanden (het apartheidsregime en de militaire junta). Mandela en Aung San Suu Kyi zijn rolmodellen voor een kosteneffectieve regimeverandering.

Humanitaire organisaties zijn uitgerust om het leed van slachtoffers te verzachten. Ze beïnvloeden echter ook de kansen van oorlog of vrede positief of negatief. De duiding van het leed en het geweld in Syrië kan aangewend worden om de inzet van meer geweld of meer vredesdiplomatie te legitimeren.

 

Luc Reychler

Em.Prof. conflict- en vredesonderzoek KULeuven

Ik schaam me dood

Ik schaam me dood

Over internationaal recht en onrecht.

20.11.2012

 

Gisteren kwam ik rond middenacht thuis en besloot nog even naar Ter zake te kijken. Jan Wouters (JW), professor internationaal recht aan de KULeuven, verdedigde het beleid van Israël in naam van zelfverdediging; het strookt met het internationaal recht. Hij had weinig of geen problemen met de disproportionaliteit omdat het nu eenmaal moeilijk is om in een dichtbevolkt gebied militair in te grijpen, maar vooral omdat de Israëlische regering zeker niet de intentie had burgers en kinderen te doden. Het lanceren van raketten vanuit Gaza was illegaal.

Doden spreken niet, maar wellicht maken ze geen onderscheid tussen intentioneel en niet-intentioneel geweld. In het conflict tussen Israël en Palestina geldt niet het ‘een oog voor een oog’ beginsel, maar ‘tien tot honderd ogen voor een oog’ en bijna duizend ogen wat vernieling betreft. Dit zijn betrouwbare statistieken.

JW’s betoog is weinig gesofistikeerd. Het geeft een onverantwoorde interpretatie van het internationaal recht en van de mensenrechten.

  • Vooreerst omdat impliciet gesteld wordt dat Israël haar expansionistisch en repressief beleid ten aanzien van de Palestijnse bevolking manu militari moet kunnen verdedigen. Er wordt met geen woord gerept over de illegaliteit van de expansie van Israël en de onderdrukking van de Palestijnse bevolking. Israël heeft het recht om op een veilige manier haar expansief en repressief beleid voort te zetten
  • Ten tweede hanteert JW een selectieve voorstelling van geweld en maakt hij een betwistbaar onderscheid tussen legaal en illegaal geweld. Over het langdurige en grootschalige gewapend, structureel en psychologisch geweld in de bezette gebieden wordt met geen woord gerept. De inwoners van Gaza leven in een concentratieland tussen hoge grijze betonnen muren; een groot deel van de politieke leiding zit in Israëlische gevangeniscellen en regelmatig worden politiek leiders, vanuit de hemel, zonder enig vorm van proces vermoord. Denk aan Ahmed Jaabari. Het geweld van de Palestijnen wordt terrorisme genoemd; het geweld van Israël is zelfverdediging. Statistieken vertellen ons dat antiterrorisme veel destructiever en dodelijker is: een meer accurate benaming is ‘staatsterrorisme’.
  • JW vergeet dat er naast proportionaliteit ook andere voorwaarden moeten gerespecteerd worden vooraleer gebruik gemaakt kan worden van gewapend geweld, zoals het zoeken naar alternatieven, ernstige onderhandelingen, de erkenning van Palestina als een volwaardige staat, of het wegnemen van de grondoorzaken van het geweld (de kolonisatie en de langdurige onderdrukking van een andere bevolking). De Israëlische regering blijft zweren bij repressie en dwangdiplomatie.
  • Ten slotte doet dit verhaal me terug denken aan een befaamde internationale jurist die me toevertrouwde dat internationaal recht in essentie internationale politiek is en niet vreemd is aan het ‘might is right’ beginsel.

Voor een groot deel van de globale publieke opinie draagt de keizer al lang geen kleren meer. Het is het meest zichtbare conflict ter wereld. De kloof tussen recht en rechtvaardigheid gaapt wijd open. Een duurzame vrede tussen Israël en Palestina zal op een andere leest geschoeid moeten worden.

 

Luc Reychler is Em. prof. internationale betrekkingen (conflicthantering en duurzame vredesopbouw) aan de KULeuven. Hij is pro-Israël en pro-Palestina en verfoeit alle geweld tegen Israëli’s en Palestijnen. Hij schrijft een boek over de rol van tijd in conflict en vredesprocessen (Time for peace). Hij pleit voor een meer adaptief temporament. Zijn blog is www.diplomaticthinking.com

Ik schaam me dood. Over internationaal recht en onrecht

Waanzinnig consistent

De laatste tien jaar voeren alleen democratische regimes oorlogen. Libanon, Gaza, Irak, Afghanistan, Libië en Jemen waren doelwitten voor bombardementen en dwangdiplomatie. Telkens opnieuw worden successen geclaimd. De interventie in Libië was risicoluw; bij de coalitie vielen geen doden; het was een relatief goedkope operatie en wij hoefden onze vakantie zelfs niet onderbreken.
Continue reading –>